DOORWERKING SLAVERNIJ

‘We zijn allemaal doordrenkt van het slavernijverleden’

  • 7 min.
  • Congres
  • Vereniging

De tijd van de slavernij ligt achter ons, maar de psychosociale doorwerking ervan is nog overal voelbaar in de Nederlandse samenleving, constateert prof. dr. Alex van Stipriaan, emeritus-hoogleraar Caribische Geschiedenis en Cultuur. De psychiatrie behoort zich daarvan rekenschap te geven, stelt Glenn Helberg, vrijgevestigd transcultureel psychiater.

Portretfoto's (kleur) Alex van Stipriaan en Glenn Helberg

‘Ik ga je zwepen’. Nog steeds zijn er Surinaamse en Antilliaanse ouders die hun kind hiermee dreigen als het niet naar hen wil luisteren, zegt hoogleraar Alex van Stipriaan. Nog steeds lopen de meest zwarte leden van een Surinaamse familie het grootste risico om door de andere familieleden gediscrimineerd te worden. Nog steeds zijn er blogs waarin zwarte meisjes en vrouwen bleekmiddelen aanprijzen om daarmee een lichtere huidtint te verkrijgen. Met als boodschap: je hebt dan meer kansen in de Nederlandse samenleving. En nog steeds ervaren Surinaamse en Caribische Nederlanders veruit de meeste discriminatie op huidskleur, en is de werkloosheid bij hen over de jaren gemiddeld ruim twee keer zo groot als onder inheemse Nederlanders.

Het zijn allemaal voorbeelden van hoe het slavernijverleden anno nu nog steeds doorwerkt in de Nederlandse samenleving, vertelt Van Stipriaan. ‘De slavernij was een levensvorm die de levens beheerste van tot slaaf gemaakten. Ze hadden nul rechten, werden niet als een persoon beschouwd. Het waren roerende goederen, in eigendom van een ander, een witte Nederlander, net zoals een koe of een hond. We noemen dat dehumanisering. De tot slaaf gemaakte werd tot ding gemaakt. En dat generaties lang.’

Doorwerking en erfenis

Het kan volgens Van Stipriaan niet anders dan dat het trauma van de slavernij een voorname rol speelt in het zelfbeeld en de mentale gezondheid van nazaten van tot slaaf gemaakten. ‘We zien bij velen een verinnerlijking van dat oude systeem van rechteloosheid. Ze hebben hun gevoelens van inferioriteit geïnternaliseerd. Het vormt onderdeel van hun zelfbeeld.’

Al is dat niet het gehele verhaal, benadrukt Van Stipriaan, die onderscheid maakt tussen doorwerking en erfenis. ‘Doorwerking: dat is het intergenerationele trauma van de slavernij. Erfenis, dat zijn de talloze verhalen van trots, verzet en opstand van de tot slaaf gemaakten tegen hun onderdrukking. Die verhalen van kracht en emancipatie vormen eveneens een belangrijk deel van hun geschiedenis.’

En dan zijn er nog de nazaten van de witte Nederlandse heersers. Ook zij zijn drager van deze geschiedenis. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over onbewust racisme. Degene die anno nu geen mensen aanneemt op basis van huidskleur, die discrimineert op basis van huidskleur, dat is de witte Nederlander. Misschien heeft ook die wel een trauma, zonder dat hij dat beseft.’

Van Stipriaan:

Misschien heeft de witte Nederlander wel een trauma zonder dat die het beseft

Hoofden en harten

‘Zwarte mensen kunnen niet depressief zijn, want ze kunnen niet nadenken.’ Glenn Helberg herinnert zich de woorden van die ene collega-psychiater, jaren geleden, toen hijzelf nog een jonge psychiater was. Schokkende woorden, die duidelijk maakten hoe deze witte collega aankeek tegen zwarte patiënten in de ggz. ‘Een typisch voorbeeld van hoe ons slavernijverleden steeds doorwerkt. De manier waarop we hebben leren nadenken over de zwarte mens, over de witte mens, beïnvloedt ons in wie we zijn en hoe we naar de ander kijken. Ook in de spreekkamer van de psychiater.’

Het is de doorwerking van een al eeuwen bestaande machtsongelijkheid tussen witte en zwarte mensen, vervolgt Helberg. ‘Het is de wereld van de witte koloniaal die naar andere continenten afreisde, en anderen kwam vertellen dat ze het fout hadden, dat hun wereldbeeld verkeerd was, dat ze minderwaardig waren. En die daar onzegbare schade aanrichtte, familie- en “stam”-relaties verwoestte door vaders, moeders, zoons en dochters weg te voeren. We kunnen ons niet voorstellen hoeveel rouw en verdriet dat heeft veroorzaakt bij de achtergeblevenen op het Afrikaanse continent. Waar is mijn vader, mijn dochter gebleven? Leven ze nog? Zal ik ze ooit terugzien?’

Verstoorde continuïteit

Je daarvan bewust zijn, van die geschiedenis, dat is een verantwoordelijkheid voor iedere psychiater, stelt Helberg. ‘Het houdt in dat we ons ervan bewust zijn wat er allemaal is verstoord in de continuïteit van volkeren die bezig waren zich te ontwikkelen. Verstoorde gezinsrelaties, verstoorde seksualiteit, verstoorde intellectuele vermogens, verstoorde emotionele gevoelens, dat zijn allemaal doorwerkingen van onze slavernijgeschiedenis.’

Maar hoe vertaal je dat concreet naar de spreekkamer? ‘Door te beseffen dat die verstoorde continuïteit in de verschillende generaties tot psychopathologie kan leiden. Omdat er verlies heeft plaatsgevonden. Waarom is iemand somber, waarom voelt iemand zich minderwaardig? Het is belangrijk dat we transgenerationeel leren kijken. Het is niet alleen wie ben je, maar ook wie is je vader, wie is je moeder, wat is hen overkomen, welke discontinuïteit hebben zij meegemaakt en hun ouders en grootouders, welk trauma is aan hen, aan jou, doorgegeven? We kunnen die vragen pas stellen als we ons realiseren dat de mens niet slechts individu is, maar een mens in interactie, met zichzelf, de ander, de omgeving, diens geschiedenis.’

Helberg:

Iedere psychiater behoort zich bewust te zijn van het koloniale verleden en de slavernijgeschiedenis

Niet zenden, maar delen

Interactie, dat is voor Helberg hét vertrekpunt van een gesprek tussen psychiater en patiënt. ‘Een psychiater die stelt: “Ik ben de expert en ik weet alles”, die heeft een ander gesprek dan een psychiater die denkt: “Ik heb een aantal dingen geleerd om diagnoses te stellen, maar ik wil begrijpen wie u bent en wat er met u is gebeurd. Wilt u me dat vertellen?”’

Pas als je die vragen stelt, en vervolgens goed luistert, kan er interactie plaatsvinden op zo’n manier dat iemand zich gehoord en gezien voelt. ‘Dan kan de uitkomst zijn dat de psychiater aan een patiënt vraagt: “Als ik zeg dat u somber bent, wat herkent u daarin?” Door het zo te formuleren, breng je de ander dichterbij zichzelf, bij de gevoelde ervaring en kan hij erover reflecteren. Dat gebeurt niet wanneer ik als psychiater concepten opleg: u bent depressief. Ik ben dan aan het zenden, macht aan het uitoefenen, net zoals de koloniaal dat vroeger deed. Maar het gaat niet om zenden, het gaat om delen.’

Heilige huisjes

Daar blijft het niet bij wat Helberg betreft: een transcultureel geschoolde psychiater gaat ook in gesprek met zichzelf. ‘Wij psychiaters hebben onze eigen normen en waarden, onze eigen emoties, onze eigen heilige huisjes. Het is belangrijk dat we ons daarvan bewust zijn in het gesprek met de patiënt. En dat we ons blijven afvragen: wat is van mij, wat projecteer ik op de ander? Wat doet deze persoon met mij, wat wordt er in mij geraakt, hoe denk en voel ik over de ander? En wat doen mijn woorden, mijn presentatie en mijn positie met de ander? Wat betekent het voor de ander hoe ik eruitzie, wat mijn leeftijd is? Hoe kan ik verschillen overbruggen? Hoe kan ik voor deze persoon een veilige context creëren waardoor hij in staat is om tot verandering te komen? We kunnen patiënten pas helpen als we ook bereid zijn naar onszelf te kijken. Want slavernij, dat is een geschiedenis van zwarte én witte mensen.’


Spiegel voorhouden

Van Stipriaan pleit voor een grootschalig onderzoek naar de psychosociale doorwerkingen van het slavernijverleden in de Nederlandse samenleving. ‘Dat proces komt al op gang. Denk aan de excuses van de koning en (demissionair) minister-president Rutte. Zij hebben die excuses gemaakt namens de gehele Nederlandse samenleving. Daarmee wordt ons allen een maatschappelijke spiegel voorgehouden: denk eens na over waar we vandaan komen, en waar die excuses voor nodig zijn. Als hedendaagse witte mens kun je dan zeggen: ik was er niet bij, ik heb daar niets mee te maken, maar dat klopt niet. Of we nu wit of zwart zijn, we zijn allemaal doordrenkt van het slavernijverleden.’

Zo’n maatschappijbreed onderzoek is volgens Van Stipriaan een absolute noodzaak om tot een rechtvaardiger en geïntegreerder samenleving te komen. ‘Het betekent dat we elkaar beter gaan begrijpen, dat we beter met de ander leren omgaan.’ Ook voor psychiaters is dat een must. ‘Hoe etnisch diverser onze samenleving wordt, hoe meer de psychiater behoort te weten van al die culturele achtergronden en gevoeligheden. Zoals de doorwerking van dat slavernijverleden. Heeft hij die kennis niet, dan kan hij zijn cliënten niet goed helpen.’


Doorwerkingen van het slavernijverleden op de ggz-praktijk: ontmoeten aan de Keti Koti Tafel is een parallelsessie tijdens het Voorjaarscongres (W10, woensdag 10 april om 14.00 uur) waarbij u kunt deelnemen aan een Keti Koti tafel; bijna 40.000 mensen in Nederland gingen u al voor (www.ketikotitafel.nl). Aanmelden noodzakelijk.